
Normaal luister ik als seculier en links persoon met een open blik naar ‘de Ongelooflijke’ podcasts, omdat er interessante perspectieven op de maatschappij worden gedeeld. Ik hoef het niet altijd met alles eens te zijn, zeker niet met de voorgestelde oplossingen, maar de analyses bieden vaak waardevolle inzichten. Dat lag anders bij het interview met René Cuperus, die opnieuw zijn bekende concept van ‘afgehaakt Nederland’ opvoerde als verklaring voor het succes van het populisme. Bij deze analyse zijn al vaker kanttekeningen geplaatst, maar die werden door de interviewers nauwelijks of niet aangestipt.
Het belangrijkste bezwaar is dat het onderzoek naar ‘afgehaakt Nederland’ correlaties constateert tussen opleidingsniveau, gezondheid en stemgedrag, zonder een duidelijke onderbouwing voor causale verbanden. Daarbij tonen de recente verkiezingen juist dat ook de middenklasse in groten getale stemt op partijen als de BBB en Wilders. Ook hier bleef kritiek grotendeels uit. Erger nog, Cuperus schoof de schuld voor de kloof tussen burger en politiek simpelweg af op ‘laptop-ambtenaren met spreadsheets’ en noemde het beleid te technocratisch. Maar als je niet op stikstof of CO2 wilt sturen, waar dan wél op? Zijn pleidooi voor een ’empathische beweging’ klinkt nobel, maar biedt geen concreet antwoord op bijvoorbeeld de klimaatcrisis.
Er kwam gelukkig enig tegengas van Stefan (lof daarvoor), met het voorbeeld van natuurliefhebbers die de afname van soorten zien en transgenders die worstelen met maatschappelijk isolement. Maar dit werd weer afgedaan met een karikaturale opmerking over genderneutrale toiletten. Dat soort reacties doet je afvragen hoe serieus dit debat eigenlijk is. Tegelijkertijd beweerde Cuperus dat het aanstippen van problemen radicalisering zou veroorzaken – terwijl het gebrek aan daadkracht (zeker rond stikstof) eerder het probleem lijkt te zijn. Hoe wil hij het klimaatprobleem oplossen zonder CO2-reductie?
Tot slot kreeg Cuperus ruim baan om uit te halen naar de islam en immigratie. Hij vond de ‘allergie’ voor de islam onvoldoende en hekelde opnieuw aanslagen en radicalisering. Impliciet leek hij te suggereren dat Syrische vluchtelingen teruggestuurd moeten worden. Vervolgens stelde hij dat christenen en moslims juist samen religie een plek in de democratie zouden moeten geven. Hij ging gemakshalve voorbij aan te geven waarom seculieren niet in een dialoog moeten met de Islam, waarom alleen de Christenen (antwoord: de tegenstelling gelovig – ongelovig moet in stand blijven).
Wat schort er nu aan deze analyse? Simpel gezegd: Cuperus plaatst alles in polariserende kaders. De hoogopgeleiden tegenover de praktisch opgeleiden, technocraten tegenover de ’empathische mens’, ‘normale’ mensen tegenover de LGBTQ+-gemeenschap, boeren tegenover politici, immigranten tegenover burgers, en Nederlanders tegenover de islam. Het hele verhaal leunt op polarisatie en positioneert de populistische kiezer voortdurend als slachtoffer. Maar je kunt stemmen op een extreemrechtse of neo-fascistische partij niet rechtvaardigen met algemeen ongenoegen. En je kunt ambtenaren niet de schuld geven van beleid dat politieke keuzes weerspiegelt.
Het werkelijke probleem is de teloorgang van een mentaliteit juist in de politiek waarin naar gezamenlijke oplossingen wordt gezocht. Vroeger bood bijvoorbeeld de Sociaal-Economische Raad een platform voor dialoog tussen verschillende partijen. Tegenwoordig zouden burgerraden dat kunnen doen. Maar mensen zoals De Voogd en Cuperus dragen hier niet aan bij. Hun succes steunt op het voeden van polarisatie. En juist van een podcast als ‘De Ongelooflijke’ verwacht ik dat hier steviger op wordt gereageerd – al deed Stefan Paas zeker een goede poging.